Hogere werkdruk door urennorm
De invoering van de 1040 uurnorm in het voortgezet onderwijs wordt door docenten, ouders en directies negatief ervaren. Voor de leraren betekent de verplichte onderwijstijd een hogere werkdruk.
Dat blijkt uit onderzoek van bureau Regioplan onder 274 scholen, de helft van het totaal aantal scholen in het voortgezet onderwijs. In 2006 is de urennorm verplicht geworden en sindsdien klagen de leerlingen over het opgehokt worden tijdens tussenuren zodat de school de uren mag tellen.
Ook leraren zijn niet blij met de gevolgen. Zij voelen er soms niks voor om als begeleider of surveillant leerlingen op te vangen buiten de lesuren of staan afwijzend tegenover het verplaatsen van vergaderingen buiten de lestijd. De meest genomen maatregelen voor het halen van de urennorm zijn het inkorten van de lesvrije periode bij het begin en einde van het school-jaar, het verminderen van de proefwerkweken (in beide gevallen moet de docent dus meer les-geven) en het verplaatsen van vergaderingen buiten de lestijd.
Er zijn ook scholen die zeggen het rooster niet te hebben aangepast, omdat ze tegen de 1040 uurnorm zijn en vinden dat de kwantiteit het dan wint van de kwaliteit. De mate waarin leraren last hebben van de 1040-norm, is afhankelijk van het type school waarop ze werken. Directeuren met een jong personeelsbestand geven aan minder weerstand te ondervinden dan directeuren met oudere leraren. De oudere docenten kijken meer naar hun verworven rechten en zijn daarom minder te spreken over de maatregelen, zo concludeert Regioplan.
Bijzonder is wel dat volgens Regioplan de uren-norm gevolgen heeft voor het personeelsbeleid: "Als er keuze is, dan gaat de voorkeur uit naar jongere en goedkopere docenten." Scholen die meer geld van het rijk krijgen vanwege het soort leerlingen hebben minder problemen om de uren personeels-vriendelijk te plannen dan scholen die minder geld krijgen. Bron: De Telegraaf
|