Bedrijfsgeneeskunde is van alle tijden. Artsen hadden al in het Egyptische middenrijk, als taak letselschade van slaven in de steengroeven, zoveel mogelijk te beperken. Leger- en scheepsartsen in diverse culturen vervulden de eeuwen daarna een vergelijkbare rol. De Verenigde Oostindische Compagnie werkte aan preventie door met verse groente en fruit de beroepsziekte scheurbuik te beperken. De moderne bedrijfsgeneeskunde komt tot ontwikkeling tijdens de industriële revolutie. Vanaf begin 1900 ontstaan speciale medische diensten. Zij vormen de fundamenten van de latere bedrijfsgezondheidsdiensten (BGD-en) die uiteindelijk nagenoeg allemaal zijn opgegaan in Arbo Unie.
Opkomst van medische diensten
Stork in Twente en scheepswerf De Schelde in Zeeland stellen als eerste interne bedrijfsartsen aan. Begin 1900 zijn hier fabrieksartsen actief, grondleggers van de eerste erkende geneeskundige diensten, die veel later zijn opgegaan in voorlopers Arbo Unie. De jaren daarna stellen steeds meer grote ondernemingen zelf of gezamenlijk een fabriekarts aan. Vaak groeit deze samenwerking uit tot een medische dienst. Deze afdelingen worden later omgevormd tot afdelingen bedrijfsgeneeskunde, die via opeenvolgende fusies onderdeel zijn geworden van Arbo Unie.